Dit glasobject kreeg als titel 'fabel', zonder dat daar woorden bijkwamen. Later heb ik besloten dat de fabel alsnog verteld moest worden. Het werd een kerst-fabel. Fijne kerstdagen allemaal.
Fabeltje
Er zijn grote verhalen, zoals bijvoorbeeld dat van Harry Potter, en kleine verhalen, zoals die van de haas en de schildpad. Dit is een heel klein verhaaltje. En ik ga het vertellen. Let op, want het is maar klein. Voordat je het weet is het voorbij. Of weg. Of zo transparant geworden dat het onzichtbaar is. Ik zit hier, in mijn hoekje en kijk naar jullie. Ik ben een haas, tenminste, dat denk ik. Ze zeggen ook wel konijn, want het verschil is niet zo duidelijk. Ik ben namelijk slechts een zwart lijntje, maar goed, toch zeggen ze haas tegen me.
Tot voor kort woonde ik in mijn hol onder een boom. Misschien ben ik dus toch een konijn. Op een morgen hoorde ik vanuit de verte voetstappen naar mijn boom komen. Je kon het zo goed horen, omdat er sneeuw lag. Dan klinkt alles anders, stiller, behalve voetstappen. Die knerpen dan zo lekker. Voor mensenoren dan, want voor mij klonk het als: oppassen! Wat zijn ze van plan? Ik heb het niet zo op mensen. Zeker niet als er sneeuw is gevallen en de dagen zo snel voorbij zijn. Dan krijg je dat gedoe met sterrennachten, kaarslicht en stalletjes waarin baby’s geboren worden. En dan gaan ze op zoek naar een boom. Dat vertelde mijn boom aan mij. Hij had het over glinsterende ballen en lichtjes aan zijn takken, daar droomde hij van. Het was zijn grootste wens: kerstboom zijn.
Ze kwamen heel dichtbij. Ik kroop iets verder mijn hol in en dacht aan mijn boom. Plotseling hoorde ik een enorme klap. Recht in mijn boom! Wat gebeurt er, vroeg ik. Mijn boom reageerde niet, hij was er stil van. Wat gaan ze doen, riep ik nog, maar weer geen enkel geluid, behalve dan het hakken van de bijl. En vrolijke stemmen van mensen. Ze hadden het erg gezellig met elkaar. Vader, moeder en twee kinderen. Zoals het hoort in verhalen. En ze hadden warme chocolademelk meegenomen en speculaas. En ze kregen maar 1 keer ruzie met elkaar, wat toch een prestatie is bij zo’n klus als het omhakken van een boom. Na de ruzie werd de hakbijl een zaag. Vader vond dat niet authentiek genoeg, bomen hak je om, je zaagt ze niet om, maar met dat hakken lukte het niet zo best. Dus pakte de moeder resoluut de zaag en toen ging het heel snel. Weg boom, weg beschutting, weg warme takken, weg schuilhut. Alleen nog mijn hol, gelukkig. Ze sleepten de boom mee naar huis. Dag haas, riep mijn boom nog snel naar mij en ik zag zijn takken glunderen. Dat staat dan mooi bij die glinsterende ballen, dacht ik nog. En vanaf dat moment is er een gloed vanachter dat raampje verschenen. Gelukkig was het zijn wens die uitkwam. Je moet erg goed uitkijken met wat je wenst. Daarom ben ik blij dat ik aan deze kant van het raam zit. Ik heb nooit gewenst om op het kerstmenu te staan.











